LeliehaantjeHet leliehaantje is een kever uit de bladhaantjes familie (Chrysomelidae). De wetenschappelijke naam van het leliehaantje is Lilioceris lilii. Dit kevertje en de larven leven op diverse soorten lelies (waar hij zijn naam aan te danken heeft), maar ook op de keizerskroon (Fritillaria imperialis) en andere leden uit de Liliaceae familie. Bij mij lijken de kevers en larven zelfs de voorkeur te geven aan de keizerskronen.

Het leliehaantje overwintert als volwassen kever in de grond of in stronken. Rond april komen ze uit hun schuilplaats om te eten en paren. Ze zetten hun eitjes af aan de onderkant van bladeren en na 1 a 2 weken komen die uit. De larve is na ongeveer 2 a 3 weken volgroeid. Hij verpopt dan in de grond en na 2 a 3 weken komt de volwassen kever tevoorschijn.

De kevers vallen nog wel mee voor wat betreft de schade die ze aanrichten, maar de larven zijn vele malen erger. De larven lijken meer op een klodder modder of vogelpoep, doordat ze hun eigen slijmerige ontlasting op de bovenkant van hun lijf uitsmeren. Ik heb nog nooit zulke vernietigende klodders gezien als deze. Als ze de kans krijgen beginnen ze bij de groeipunt en dat is precies waar de bloemen worden aangemaakt. Sommige jaren heb ik daardoor geen bloemen aan mijn lelies. Niet elk jaar heb ik leliehaantjes in mijn tuin. Hierdoor ben ik soms niet alert genoeg en dat betaal ik dan met bloemloze lelies.

Leliehaantjes zijn vrijwel de hele lente en zomer te zien, van april tot augustus. De kevers zijn heel gemakkelijk te zien door hun felrode kleur. Zodra ze beweging zien/voelen laten ze zich op hun rug vallen. Hun onderkant is zwart, zodat ze nauwelijks zichtbaar zijn op de zwarte aarde. Als je ze te pakken wilt krijgen moet je dus voorzichtig en snel zijn. Ik knijp de kevers en larven dood, want ik wil geen gif gebruiken.

Doordat de kevers niet lekker smaken en de larven op poep lijken zijn, eten vogels ze niet op. Er zijn in Europa wel sluipwespen (bv: Tetrastichus setifer, Diaparsis jucunda en Lemophagus errabundus) die hun eieren in de larven plaatsen en daarmee de larven doden als die uitkomen, maar dat helpt alleen deels, want dat dood niet alle leliehaantjes. Je bent dus voornamelijk op jezelf aangewezen voor de bestrijding.

Aangezien de sluipwespen in de grond dicht in de buurt van de bollen overwinteren, is het niet aan te raden om de bollen te rooien of de grond eromheen om te ploegen.