Als je op zoek bent naar een specifieke plant is het meestal handig om de wetenschappelijke of botanische naam te weten. Zo weet je zeker dat je de juiste plant vindt.

Veel planten hebben namen in de eigen taal van het land, maar dat is niet altijd even handig. Die namen zijn meer een soort verzamelnaam en geven dus niet aan om welke specifieke variëteit of ondersoort het gaat met de bijbehorende specifieke eigenschappen. Daarnaast worden er verschillende namen gebruikt voor dezelfde plant. Tevens wordt soms dezelfde naam gebruikt voor verschillende planten uit totaal verschillende families. Kortom grote kans op verwarring bij het gebruiken van andere namen dan de wetenschappelijke namen. Met de wetenschappelijke namen kan je heel specifiek en eenduidig aangeven over welke plant het gaat.

Als je ergens een mooie vlambloem ziet met witte bloemen die jij ook graag in je tuin wilt hebben, dan wil je zeker weten dat je die plant ook krijgt. Dan wil je niet opgescheept zitten met een vlambloem met paarse bloemen. De naam vlambloem zegt dan te weinig. De wetenschappelijke naam, bijvoorbeeld Phlox paniculata ‘Casablanca’, is wel heel specifiek. Als je die plant koopt, weet je zeker dat je precies dezelfde plant krijgt als die je hebt gezien.

Gemakkelijker informatie delen

We wisselen steeds meer informatie uit via internet en tussen verschillende landen. Het is daardoor handig om de informatie ook internationaal toegankelijk te maken. Over de hele wereld zijn de wetenschappelijke plantnamen hetzelfde. Dat maakt het een groot voordeel om de wetenschappelijke namen te gebruiken in plaats van de naam die men in een bepaald land gebruikt.

De juiste schrijfwijze

De niet wetenschappelijke namen zijn geen officiële soortnaam en geen eigennaam en worden dus met een kleine letter geschreven in Nederland. De wetenschappelijke naam bestaat uit een geslachtsnaam en een soortaanduiding. De geslachtsnaam wordt met een hoofdletter geschreven en de soortaanduiding met een kleine letter. Naast de soorten zijn er ook variëteiten (= var.) en ondersoorten (= subspecies = ssp.). Variëteiten die door toedoen van mensen zijn ontstaan worden rassen of cultivars (cultuurvariëteit) genoemd. De cultivar naam wordt tussen enkelvoudige aanhalingstekens gezet en elk woord wordt met een hoofdletter geschreven.

De wetenschappelijke namen bestaan voor het grootste deel uit Latijnse woorden, maar vanuit het verleden komen ook Griekse woorden voor.

Betekenis van enkele Latijnse woorden in plantnamen:

 

acaulis

zonder stam/stengels

alba

wit

angustifolia

met smalle bladeren

annua

eenjarig

argentea

zilverkleurig

arvensis

uit het veld, van de velden

aurantiaca

oranje, goudgeel

aurea

goud, geel

australis

uit het zuiden

autumnalis

in de herfst bloeiend

azurea

azuurblauw

blanda

charmant

botryoides

als een tros druiven

caerulea

blauw

caespitosa

zodenvormend, kussenachtig, dicht

campanulata

als een klok, klokvormig

campestris

uit het veld, van de velden

canadensis

uit Canada

capensis

uit de Kaap de Goede Hoop, Zuid-Afrika

chilensis

uit Chili

chinensis

uit China

chrysantha

met goudgele bloemen

coccinea

rood bloeiend

compacta

compact groeiend

cordata

hartvormig

coronaria

kroon

cylindrica

cilindrisch

decidua

bladverliezend, afvallend

densiflora

dicht bloemig

densifolium

dicht bebladerd

diffusa

los verspreidt

digitata

(bladeren) lijkt op een hand, met 5 lobben, vingervormig

dulcis

zoet, heerlijk

dumosum

bossig

elatior

hoger, slank verheven

esculenta

eetbaar

erythropus

rode voet

farinosa

poederig, met meel bestoven

flava

geel

flora plena

met dubbele bloemen

floribunda

rijk bloeiend

foetida 

met een onaangename geur, stinkend

fulgida

schitterend, lichtend

glabra

glad, zonder haren

grandiflora

grote bloemen

grandifolia

grote bladeren

hirsuta

ruw behaard

humilis

bescheiden, nederig

Inodorum

geurloos

japonica

uit Japan

lanceolata

lancet- of lansvormig

lancifolia

lancetvormige bladeren

latiflora

brede bloemen

latifolia

breedbladig

longiflora

lange bloemen

longifolia

lange bladeren

lutea

geel

macrantha

grote bloemen

macrophylla

grootbladig

macrorrhiza

grote wortels

maculata

gespikkeld, gevlekt

majus

groter

maritima

van de zee

micrantha

kleine bloemen

microphylla

kleine bladeren

millefolia

duizendbladig

mollis

zacht

montana

van de bergen

multiflora

veelbloemig

nana

klein, dwerg

nemerosa

van open bosplaatsen

nigra

zwart

officinalis

geneeskrachtig

orientalis

oosters

pallida

bleek

palustris

van het moeras

paniculata

tros of pluim dragend

parviflora

kleine bloemen

parvifolia

kleine bladeren

pauciflora

weinig bloemen

paucifolia

weinig bladeren

pendula

hangend

perennis

overblijvend

persicifolia

bladeren als van de perzik

pinnata

geveerd

polyphylla

met veel bladeren

praecox

vroeg, van de lente

prostrata

neer liggend

pumila

klein, dwergachtig

puniceus

purperrood, scharlakenrood

purpurea

donker roze, purper

pygmaea

klein als een pygmee

quercifolia

eikenbladachtig

reptans

kruipen

rosea

roze

rotundifolia

met ronde bladeren

rubra

rood

rupestris

op rotsen groeiend

sanguinea

bloedrood

sativa

gezaaid, tam of gekweekt

saxatilis

op steenachtige gronden groeiend

sempervirens

altijd groen

semperviva

altijd levend

sibirica

van Siberië

somniferum

slaapverwekkend

speciosa

spectaculair

spicata

aarvormig

spinosa

gedoornd

stellata

stervormig

subulata

priemvormig

sulphurea

zwavelgeel

sylvestris

van het bos

tenuiflora

dunne, kleine bloemen

tenuifolia

dunbladig

tomentosa

dicht behaard, viltig

tuberosa

knolachtig

umbellata

schermvormend

vernalis

in de lente verschijnend, in het voorjaar

villosa

behaard, viltig

viridis

groen

vulgaris

gewoon