De Heuchera, Heucherella en Tiarella zijn allemaal geslachten uit de steenbreekfamilie (Saxifragaceae). Oorspronkelijk komen de Heuchera en Tiarella uit Noord-Amerika. Bij allemaal trekken de bloemen vlinders en bijen aan en laten slakken, reeën en herten de planten staan.

De bloemstelen zijn 2 tot 3 keer zo hoog als de bladeren. Ze zijn allemaal zeer winterhard en kunnen tot wel -35 ºC verdragen. Ze staan liever niet in de middag zon.

Heuchera

Heuchera’s worden ook purperklokje genoemd. De meeste Heuchera-soorten groeien van nature op rotsachtige, redelijk droge bodem en vaak in scheuren en spleten in rotsen.

Purperklokjes zijn zeer populair. Er zijn vele hybriden en cultivars verkrijgbaar en er komen ook steeds nieuwe bij. De populariteit heeft het purperklokje vooral te danken aan de mooie kleuren van de bladeren die per soort, cultivar en hybride verschillen. Daarnaast heeft een Heuchera vaak mooie bloemen, die bijen en vlinders aantrekken en kan bovendien goed tegen droogte en schaduw. Kortom: een Heuchera vraagt weinig onderhoud en heeft, gedurende meerdere seizoenen iets moois te bieden. Als kers op de taart laten slakken de purperklokjes meestal ongemoeid.

Een Heuchera is uitermate geschikt als bodembedekker. De bladeren houden de regen tegen en voorkomen zo erosie. Zeker op schaduwrijke, droge plekken laten veel andere planten het afweten, maar de Heuchera niet. Door het bladerdek heeft onkruid minder kans en heb je zodoende minder werk om dat te verwijderen. Heuchera’s geven in principe de voorkeur aan goed gedraineerde, ietwat vochtige grond. Als ze eenmaal goed geworteld zijn kunnen droogte vrij goed verdragen, maar zullen dan over het algemeen minder groot worden.

Er zijn tegenwoordig ook variëteiten die liever in de zon staan, dus check goed voordat je er een koopt. Over het algemeen hebben Heuchera’s meer vocht nodig als ze zonniger staan. Meestal ziet het blad er mooier uit als ze op een schaduwrijkere plek staan met 4 uur of minder direct zonlicht.

De bladeren blijven gedeeltelijk aan de plant zitten in de winter, maar zijn dan zeker niet mooi meer. Bij strenge winters sterft het blad helemaal af. In het voorjaar komen er nieuwe bladeren en vaak ook nog een keer later in de zomer.

Een klein nadeel van de Heuchera is dat hij meestal kortlevend is als hij niet elke 3-4 jaar wordt opgegraven en gedeeld. De stelen worden dan lelijk en houterig. Je kunt hem ook opgraven en dieper terugzetten, zodat je het houtige deel onder de grond zet. De beste tijd om dit te doen is in de vroege lente.

Heucherella

Heucherella’s zijn kruisingen tussen Heuchera en Tiarella. Vandaar de naam Heucherella. Heucherella’s komen niet in het wild voor. De Heucherella wordt ook wel schuimklokje of purperklokje genoemd.

De bladeren en bloemen hebben een mix van eigenschappen van beide geslachten. De eigenschappen zijn afhankelijk van de eigenschappen van de ouders en daarmee zeer divers. Er komen telkens nieuwe cultivars bij.

Heucherella’s hebben soms meer van de verspreidende eigenschap van de Tiarella. Ze verspreiden zich dan wat beter dan Heuchera’s en kunnen hierdoor wat betere bodembedekkers zijn. Vaak bloeit de Heucherella uitbundiger dan de Heuchera. De bloemen trekken bijen en vlinders aan en zijn steriel.

De Heucherella staat graag in goed gedraineerde grond. De Heucherella kan wat meer vocht verdragen dan de Heuchera. Als ze eenmaal goed geworteld zijn, kunnen ze aardig wat droogte verdragen. Heucherella’s geven in principe de voorkeur aan schaduwrijke standplaatsen. Er zijn tegenwoordig ook variëteiten die liever in de zon staan, dus check goed voordat je er een koopt.

Je kunt de Heucherella het beste elke 3-4 jaar opgraven en delen om goede groeikracht te behouden.

De Heucherella is groenblijvend bij milde winters.

Tiarella

De Tiarella wordt ook wel schuimbloem of Perzische muts genoemd. Net als bij de Heuchera en Heucherella worden ook bij de Tiarella steeds nieuwe cultivars geïntroduceerd met verschillende bladkleuren. In het wild groeit de Tiarella op bosgrond van bladverliezende bomen en in berggebieden.

De soort is afkomstig uit het oosten van Noord-Amerika: Tiarella cordifolia en Tiarella trifoliata. Daarnaast is er ook een Tiarella die afkomstig is uit Azië: Tiarella polyphylla.

Er worden veel synoniemen gebruikt, maar die zijn niet officieel geaccepteerd: Tiarella cordifolia var. cordifolia, T. cordifolia var. collina (ook wel Tiarella wherryi), T. cordifolia var. austrina en T. macrophylla.

Er zijn variëteiten van de Tiarella cordifolia die zich verspreiden met uitlopers. Aan die uitlopers ontwikkelen zich nieuwe plantjes die wortelschieten en het tweede jaar gaan bloeien. De uitlopers die te ver uitdijen kun je gemakkelijk wegsnoeien. Als de plant te rommelig wordt, kun je hem tot 5-10 cm boven de grond afknippen.

Er zijn ook variëteiten van de Tiarella cordifolia die polvormend zijn. Je kunt deze Tiarella cordifolia vermeerderen door de pollen in het voor- of najaar te scheuren.

De Tiarella polyphylla is ook te vermeerderen door deze in het voor- of najaar te scheuren.

De Tiarella gedijt het beste in vochtige, humusrijke, goed gedraineerde grond in schaduw tot half schaduw. De Tiarella heeft graag vochtiger grond dan de Heuchera. Deze vaste plant is groenblijvend in milde winters. De Tiarella hoeft jaren lang niet opgegraven en gedeeld te worden om een krachtige groei te houden.

De Tiarella kan zaad ontwikkelen, maar daar zijn verschillende soorten of cultivars voor nodig. De planten zijn meestal niet zelfbestuivend.