De Catalpa bignonioides komt oorspronkelijk uit het zuidoosten van Noord-Amerika. Deze boom groeit vaak langs rivierbeddingen. De Catalpa bignonioides wordt ook trompetboom genoemd vanwege de trompetvormige bloemen. De trompetboom is een geslacht uit de trompetboomfamilie (Bignoniaceae).

De Catalpa bignonioides ‘Aurea’ heeft een hele mooie brede, ronde, vrij ongelijkmatige en luchtige kroon. Doordat de kroon vrij laag zit (korte stam) is deze boom niet zo geschikt als straat- of laanboom. Als solitair komt deze boom het beste tot zijn recht.

De bladeren zijn hartvormig en kunnen wel 20 cm breed worden. Ze zijn bij het uitlopen paars, worden dan goudgeel en verkleuren later in het jaar naar groengeel. Aurea is Latijn en betekent goud of geel. Dat verwijst naar de kleur van de bladeren van deze soort en daarom wordt deze boom gouden trompetboom genoemd. De bladeren komen pas laat in het voorjaar uit. In de herfst worden de bladeren deels geler voordat ze afvallen.

In juni verschijnen witte, trompetvormige, heerlijk ruikende bloemen die bijen en vlinders aantrekken. Ze hebben bruin/paarse en gele vlekjes bij de keel. De bloemen zitten aan grote pluimen die boven de bladeren uitsteken. De boom moet ongeveer 4 jaar oud zijn voordat hij gaat bloeien. Na de bloei worden lange op bonen lijkende vruchten aangemaakt waarin de zaden zitten. De vruchten zijn eerst groen en worden daarna bruin. Ze blijven de hele winter aan de boom zitten. In het voorjaar splijten de vruchten open en komen de zaden eruit. De zaden zijn bruin en plat en hebben twee papierachtige vleugels. Ze ontkiemen heel gemakkelijk.

Naast vermenigvuldiging door middel van zaad, kan je dat ook door takken te laten wortelen. Je zet een jonge tak in het water of de grond en dan vormen zich vrij gemakkelijk wortels. Alleen bij de gewortelde takken weet je zeker dat je dezelfde boom krijgt. Bij zaailingen kan er ook een gewone trompetboom groeien met groene bladeren.

De Catalpa bignonioides ‘Aurea’ geeft veel rommel door uitgebloeide bloemen die op de grond vallen. Deze zijn wat slijmerig en kunnen de straat tijdelijk glad maken. Dan zijn er de lege zaadlijsten die, nadat ze open zijn gespleten, op de grond vallen en bladeren die in de herfst vallen.

De Catalpa bignonioides ‘Aurea’ groeit als hij wat jonger is vrij hard. In één seizoen groeit er minstens een meter bij. De oudere bomen groeien minder hard. De wortels zijn breed spreidend en redelijk oppervlakkig. De hoofdwortels gaan vrij diep de grond in. De gouden trompetboom is een hele sterke boom en kan gemakkelijk gesnoeid worden.

De Catalpa bignonioides ‘Aurea’ heeft vrij breekbare takken en kan daardoor niet goed tegen veel wind. Ook de grote bladeren kunnen door harde wind en hagel gemakkelijk beschadigen. De trompetboom heeft graag een beschutte en warme plaats en houdt van goed gedraineerde grond. Hij kan goed tegen bestrating om zich heen. De Catalpa bignonioides ‘Aurea’ houdt niet erg van zout, maar kan verder bijna overal tegen. De gouden trompetboom kan goed tegen tijdelijke overstromingen en heeft door de breed verspreide wortels goed houvast op de oever. Met die wortels houdt de Catalpa bignonioides ‘Aurea’ de grond ook goed vast waardoor erosie kan worden voorkomen.

De katten scherpen hun nagels graag aan de stam. Ik zet kippengaas om de onderkant van de stam om hem daartegen te beschermen, want anders blijft er geen schors meer over.

De gouden trompetboom wordt met 8 meter hoogte minder hoog dan de gewone trompetboom.

 

 

Bladkleur: geel

Bloeiperiode: juni – juli

Bloemkleur: wit

Eigenschap: bladverliezend

Geurende bloem: ja

Grondsoort: normaal

Hoogte: 15 meter

Standplaats: zon/halfschaduw

Trekt bijen aan: ja

Winterhardheid: -20 ºC